Emissions Trading System 2 (ETS2)
Relevantie voor regionale en lokale overheden
1. Waarom gemeenten ETS2 moeten doorgronden
De naleving van ETS2 ligt bij brandstofleveranciers, maar de effecten bereiken lokale overheden via prijzen en publieke diensten. Gemeenten beheren gebouwen, wagenparken, uitbestede diensten, programma’s voor wonen en warmte, lokale mobiliteit, sociale ondersteuning en communicatie met inwoners. Zij beschikken ook over lokale gegevens over woningkwaliteit, inkomen, toegang tot vervoer en het bereik van bestaande programma’s.
De blootstelling zal sterk verschillen tussen huishoudens. Mensen in slecht geïsoleerde woningen met gasverwarming, inwoners die afhankelijk zijn van auto’s op fossiele brandstoffen en huishoudens met weinig financiële ruimte om alternatieven te bekostigen lopen een groter risico. Huurders kunnen afhankelijk zijn van investeringsbeslissingen van hun verhuurder, terwijl mensen in gebieden met beperkt openbaar vervoer op korte termijn weinig mobiliteitsalternatieven kunnen hebben.
Relevantie voor regionale en lokale overheden
2. Verwachte effecten voor huishoudens
PBL modelleert voor 2030 verschillende koolstofprijzen en huishoudprofielen. De uitkomsten zijn scenario’s, geen universele prognose. Ze hangen af van de toekomstige emissierechtenprijs, het brandstofgebruik, woningkenmerken, autogebruik, de bijmenging van hernieuwbare brandstoffen en het nationale belastingbeleid.
Eén bewoner in een nieuwer klein appartement die 6.000 kilometer per jaar rijdt
- Duiding
- Een lager brandstofgebruik en een energiezuinigere woning beperken de blootstelling.
- Geraamde extra kosten in 2030:
- Ongeveer € 10 tot € 20 per maand
Bewoners van een oudere grote vrijstaande woning die 20.000 kilometer per jaar rijden
- Duiding
- Een hoog gas- en autogebruik leidt tot een grotere blootstelling.
- Geraamde extra kosten in 2030:
- Ongeveer € 30 tot € 70 per maand
De onderliggende tabellen van PBL laten dezelfde variatie zien. Voor woningen met gasverwarming lopen de geraamde jaarlijkse effecten op de verwarmingskosten uiteen van € 57 voor een nieuwer klein appartement bij een koolstofprijs van € 57 tot € 449 voor een oudere grote vrijstaande woning bij een koolstofprijs van € 135. Voor een benzineauto die 13.000 kilometer per jaar rijdt, raamt PBL de extra jaarlijkse brandstofkosten op circa € 90 tot € 120 bij € 57 per ton en € 210 tot € 280 bij € 135 per ton.
Relevantie voor regionale en lokale overheden
3. Wat gemeenten vóór 2028 kunnen doen
Wonen en warmte
- Actie vóór 2028
- Breng wijken in kaart waar slechte energieprestatie, fossiele verwarming en beperkte draagkracht van huishoudens samenkomen. Geef deze prioriteit binnen bestaande isolatie- en warmteprogramma’s.
- Timing
- 2026–2028
- Toepasbaarheid:
- Mogelijk
Gemeentelijke bezittingen
- Actie vóór 2028
- Meet de blootstelling aan fossiele brandstoffen in gebouwen, wagenparken en diensten en verwerk die in renovatie- en begrotingsplanning.
- Timing
- Vóór de begrotingscyclus 2028
- Toepasbaarheid:
- Mogelijk
Mobiliteit
- Actie vóór 2028
- Identificeer autoafhankelijke gebieden en inwoners met weinig toegang tot betaalbare alternatieven. Verbind ETS2-voorbereiding met plannen voor openbaar vervoer, deelmobiliteit en actieve mobiliteit.
- Timing
- 2026–2028
- Toepasbaarheid:
- Mogelijk
Sociaal beleid
- Actie vóór 2028
- Combineer gegevens over energie, inkomen, woonsituatie en mobiliteit om kwetsbare groepen beter te bereiken.
- Timing
- Voordat nieuwe steun beschikbaar komt
- Toepasbaarheid:
- Onder voorwaarden mogelijk
Lokale economie
- Actie vóór 2028
- Bereid voorlichting voor aan micro-ondernemingen met een hoge blootstelling aan verwarmings- of vervoerskosten. Sluit aan bij de voorgestelde gemeentelijke fixteams als die maatregel wordt goedgekeurd.
- Timing
- Onder voorbehoud van goedkeuring van het Nederlandse plan
- Toepasbaarheid:
- Onder voorwaarden mogelijk
Financiering en programma’s
- Actie vóór 2028
- Volg hoe middelen uit het Nederlandse Sociaal Klimaatplan worden verdeeld en integreer goedgekeurde maatregelen in bestaande uitvoeringskanalen.
- Timing
- Nadat nationale regelingen zijn bevestigd
- Toepasbaarheid:
- Onder voorwaarden mogelijk
Inkoop
- Actie vóór 2028
- Beoordeel de blootstelling aan brandstofprijzen en gebruik waar relevant en toegestaan proportionele marktconsultatie of levenscyclusbeprijzing.
- Timing
- Volgende inkoopcyclus
- Toepasbaarheid:
- Mogelijk
Communicatie
- Actie vóór 2028
- Leg uit wie gereguleerd is, wanneer prijseffecten kunnen optreden en welke steun of alternatieven daadwerkelijk beschikbaar zijn.
- Timing
- Begin vóór 2028
- Toepasbaarheid:
- Mogelijk
Relevantie voor regionale en lokale overheden
4. Standpunt van CircuLaw
Een prijssignaal alleen brengt geen gedragsverandering tot stand
ETS2 kan de economische onderbouwing voor (nieuwe) energiezuinige gebouwen en emissiearme mobiliteit versterken, maar een prijssignaal alleen brengt geen gedragsverandering tot stand. De lokale effectiviteit hangt af van de kwaliteit van het nationale beleid, maar meer specifiek van de woningkwaliteit, de toegang tot vervoer, het moment waarop steun beschikbaar komt en de mogelijkheid voor inwoners om te handelen voordat de kosten stijgen.
Gemeenten kunnen hierop inspelen. Waar praktische alternatieven en ondersteuning beschikbaar zijn, hebben huishoudens en bedrijven meer mogelijkheden om op de koolstofprijs te reageren. Als alternatieven en ondersteuning ontbreken, zal ETS2 eerder als een kostenstijging worden ervaren. Lokale voorbereiding moet zich daarom richten op blootgestelde plaatsen en groepen, voortbouwen op programma’s die al werken en nationale steun toegankelijk maken via vertrouwde lokale kanalen.