
Aan de slag met het omgevingsplan
We hebben de planregels voor het omgevingsplan ingedeeld op basis van 6 pijlers. Deze pijlers sluiten aan bij het Convenant Toekomstig Bestendig Bouwen . En beslaan meer thema's dan alleen circulaire.
Borgen circulair bouwen in omgevingsvisie, - programma, en - planMaterialenkringloop
Bij circulariteit ligt de nadruk op de effecten voor de milieuprestatie-score, de CO2-uitstoot en het gebruik van primaire grondstoffen. De voorbeeldregels zijn gericht op de mate van circulariteit van gebouwen, de milieulast van bouwmaterialen en de gebruiksfase. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn landelijke regels opgenomen met bouwtechnische eisen voor bouwwerken. Het Bbl is uitputtend bedoeld. Dat betekent dat gemeenten geen aanvullende of afwijkende regels op kunnen nemen in het omgevingsplan. Gemeenten kunnen daardoor bijvoorbeeld geen aangescherpte MPG-norm opnemen in het omgevingsplan. Gemeenten kunnen wel regels stellen die procedureel van aard zijn of regels die betrekking hebben op niet-bouwwerken, zoals de inrichting van de openbare ruimte
Klimaatadaptatie
Door de uitputtende werking van het Bbl is het niet mogelijk om bouwtechnische voorschriften voor gebouwen over klimaatadaptatie op te nemen in het omgevingsplan. Er zijn wel voorbeelden van regels die niet bouwtechnisch zijn, maar wel bijdragen aan klimaatadaptief bouwen. Hieronder volgen voorbeeldregels verdeeld over vier onderwerpen van klimaatadaptatie, namelijk: hittestress, droogte, wateroverlast en overstroming.
Energie
Het omgevingsplan is een van de instrumenten van de Omgevingswet die de energietransitie kan borgen en vooruit kan helpen. Het is belangrijk te realiseren dat gGemeenten kunnen het transporteren en leveren van gas en elektriciteit niet aan regels binden (artikel 62 Gaswet en 83 Elektriciteitswet). Verder regelt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) de energieprestatie van gebouwen. Dat betekent dat daarover in het omgevingsplan geen aanvullende of aangescherpte regels kunnen worden opgenomen. Maar indirecte sturing via de energieprestatie-eisen is wel mogelijk. Onder de Omgevingswet kunnen gemeenten locaties aanwijzen voor energieopwekking of ruimte reserveren voor distributienetwerken voor energie of warmte.
Natuurinclusief en biodiversiteit
Bij natuurinclusiviteit en biodiversiteit gaat het om aandacht voor inpassing in de natuur: de flora en de fauna. Dat is mogelijk bijvoorbeeld door muurplanten, Juridische houdbaarheid: hooge daken en muren, slimme verlichting, inbouwkasten voor broedende vogels of vleermuizen etc. Het Bbl staat in de weg aan het stellen van bouwtechnische eisen over natuurvriendelijk bouwen voor gebouwen. Dat betekent dat regels alleen juridisch houdbaar zijn als ze geen bouwtechnische voorschriften bevatten. Er kunnen wel regels in het omgevingsplan worden opgenomen die niet bouwtechnisch zijn en/of die zien op gaan over de inrichting van de openbare ruimte.
Duurzame mobiliteit
Gaat over alle manieren van vervoer waarbij verplaatsingsgedrag minder nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Om duurzame mobiliteit te stimuleren, is het belangrijk dat er deelmobiliteit wordt aangeboden, er goede aansluitingen en verbindingen met het OV zijn en er veilige voet- en fietspaden zijn. Verder stimuleert het aanbod van laadpalen in het openbaar gebied het elektrisch rijden, wat bijdraagt aan een beter woon- en leefklimaat.
Gezonde leefomgeving.
Gezondheidsbeschermende regels staan in het Bbl en het Bkl. In het omgevingsplan kan niet worden afgeweken van de regels in het Bbl. Ook kunnen geen aanvullende bouwtechnische regels worden opgenomen in het omgevingsplan. Daardoor kunnen er geen regels worden vastgesteld over de toxiciteit van toegepaste materialen in de bouw. Het is wel mogelijk om omgevingswaarden vast te stellen, bijvoorbeeld voor geur of trillingen. De Omgevingswet biedt ook de ruimte om regels te stellen met het oog op het bevorderen van de gezonde leefomgeving. Deze regels richten zich op het openbaar gebied. We hebben de planrgels onderverdeeld in: beschermen, bewegen, ontmoeten, ontspannen en voedsel.
Grondstoffenhub
Toelichting:
De mogelijke functies worden hier uitgeschreven, maar het is ook mogelijk een extra functie toe te voegen onder 'd' en verder.
Materieelgebruik
Toelichting:
Een open norm in het omgevingsplan moet voldoende concreet en objectief begrensd zijn. De open norm moet ingekaderd zijn in beleidsregels. Bij [X] in eerste lid kan de betreffende emmissievorm, zoals CO2 of fijnstof, nader worden ingevuld.
Materiaalgebruik in de openbare ruimte
Toelichting:
Een omgevingswaarde kan zowel een inspanningsverplichting als een resultaatsverplichting inhouden. Let op! Datum toevoegen en inspannings- of resultaatsverplichting
Hergebruik materialen
Toelichting:
Deze regel kan opgenomen worden in een beoordelingsregel. Alleen als voldaan is aan de regel, kan een omgevingsvergunning worden verleend. Als niet aan de regel wordt voldaan, moet de vergunning geweigerd worden.
Specifieke voorwaarden voor bouwen
Toelichting:
Een open norm in het omgevingsplan moet voldoende concreet en objectief begrensd zijn. De open norm moet ingekaderd zijn in beleidsregels (Bijlage [X]). Dit moet gelinked zijn aan Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Hierin staat: 40% van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmtewerend en/of verkoelend ingericht mits dit geen negatief effect heeft op de gevoelstemperatuur op verblijfsplekken en langzame verkeersroutes. De eis van 40% kan afhankelijk van de gewenst bebouwing en van de gebruiksfuncties bijgesteld worden in een bereik van 20%-60%. Wanneer de albedo bij oppervlakten op de begane grond hoog is, kan dat een negatief effect hebben op de gevoelstemperatuur.
Circulair bouwen
Toelichting:
Deze regel is ontleend aan: ABRvS 22 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2907.
Monitoring normen HNN
Toelichting:
Deze regel biedt de mogelijkheid om circulariteit te monitoren op de indicatoren van HNN (Het Nieuwe Normaal). De formulering kan zo worden aangepast dat de plicht alleen geldt voor een specifiek type projecten.
Emissieloos bouwen
Toelichting:
Dit is een voorwaardelijke verplichting. Gebiedsontwikkelingen zijn alleen toegestaan als deze emissieloos gerealiseerd kunnen worden.
Beperken bouwplaatstijd (stimuleert andere vormen van bouwen)
Toelichting:
Deze regel draagt bij aan de doelstelling van het convenant. Een aanzienlijke bijdrage aan de klimaatneutraliteit kan worden bereikt door te bouwen met biobased materialen en door woningen te bouwen met een lage MPG.
Materiaal in openbare ruimte
Toelichting:
Door gebruik te maken van een omgevingswaarde geldt er een monitoringsplicht voor het bevoegd gezag. Het is noodzakelijk om inzicht te hebben in de ontwikkelingen in de openbare ruimte. Dit kan door een informatieplicht op te nemen in het omgevingsplan.
Klimaatneutraal ontwikkelen
Toelichting:
Deze regel draagt bij aan de doelstelling van het convenant. Een aanzienlijke bijdrage aan de klimaatneutraliteit kan worden bereikt door te bouwen met biobased materialen en woningen te bouwen met een lage MPG.
Materialenpaspoort
Toelichting:
De regel kan dus ook betrekking hebben op bouwwerken in de openbare ruimte.
Materiaalgebruik
Toelichting:
Link met Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Hierin staat: 40% van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmtewerend en/of verkoelend ingericht mits dit geen negatief effect heeft op de gevoelstemperatuur op verblijfsplekken en langzame verkeersroutes. De eis van 40% kan afhankelijk van de gewenst bebouwing en van de gebruiksfuncties bijgesteld worden in een bereik van 20%-60%. Wanneer de albedo bij oppervlakten op de begane grond hoog is, kan dat een negatief effect hebben op de gevoelstemperatuur.
Klimaatadaptieve stad
Toelichting:
Deze regel heeft een ander oogmerk dan het Bbl. Deze regel kan gekoppeld worden aan het hele grondgebied, maar ook aan een bepaald gebied. Dat heet een werkingsgebied van de regel. Een open norm in het omgevingsplan moet voldoende concreet en objectief begrensd zijn. De open norm moet ingekaderd zijn in beleidsregels. In beleidsregels staat wanneer sprake is van 'voldoende klimaatadapatief'. Hierbij kunnen ook de eisen van "Bouwadaptief.nl" aan bodemdaling en water worden gebruikt.
Beperking warmte-uitstraling
Toelichting:
Door [X] hier heel laag te houden, dwing je Innovatieve technologieën en een slim ontwerp voor een zo efficiënt en milieuvriendelijk mogelijke koeloplossing af.
Voorkomen schade
Toelichting:
Het is verboden om een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan.
Klimaatadaptief ontwikkelen
Toelichting:
Deze regel is ontleend aan de provinciale omgevingsverordening Zuid-Holland (toekomstbestendig ontwikkelen)
Schuillocaties
Toelichting:
De regel sluit aan op het Convenant Toekomst bestendig bouwen: afhankelijk van de plaatselijke overstromingskans en optredende waterdiepte wordt ingezet op het voorkomen van schade, het beperken van schade of het voorkomen van slachtoffers. Voor vitale en kwetsbare functies gelden aanvullende eisen.
Hittebescherming
Toelichting:
Hierbij gaat het onder andere om de opwarming van drinkwater. Groenvoorzieningen zoals bomen moeten gezond zijn om verkoeling te bieden. Dit wordt bereikt door o.a. de soortkeuze, goede groeiomstandigheden (boven- en ondergronds) en beschikbaarheid van grondwater
Kllimaatdaptief bouwen
Toelichting:
Een open norm in het omgevingsplan moet voldoende concreet en objectief begrensd zijn. De open norm moet ingekaderd zijn in beleidsregels. In beleidsregels staat wanneer sprake is van 'voldoende klimaatadapatief'. Deze regel sluit aan op het Convenant Toekomstbestendig Bouwen: bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar.
Activiteit bouwen
Toelichting:
Om deze regels te kunnen toetsen is wel beleid nodig.
Voorkomen hittestress
Toelichting:
Voor het temperatuurverschil kan bijvoorbeeld gekozen worden voor 5 tot 8 graden verschil. Uit metingen blijkt dat een groene gevel dit temperatuurverschil kan realiseren. Nader omschrijven wat het heetste moment van de dag is.
Hemelwaterberging
Toelichting:
Het is vanwege het uitputtend karakter van het Bbl niet mogelijk om via het omgevingsplan constructie-eisen te stellen, zodat een gebouw (in de toekomst) geschikt is om waterberging op het dak te dragen. Het is wel mogelijk om te bepalen dat bij nieuwbouw waterberging moet worden gerealiseerd. Als de initiatiefnemer er voor kiest om die waterberging op het dak te realiseren, dan moet hij zorgen dat de constructie stevig genoeg is om die waterberging te dragen.
Beregeningsverbod bij droogte
Toelichting:
Invulling van de zorgplicht, nader omschrijven wat onder extreme droogte wordt verstaan
Energiebesparing
Toelichting:
Deze regel kan worden opgenomen voor zowel nieuwbouw als voor verbouwing van bestaande bouw. Houd er rekening mee dat welstandseisen en beleid mbt beschermd stadsgezicht en monumenten belemmerend kunnen werken tav verduurzaming van gebouwen.
Terugdringen warmte-uitstraling
Toelichting:
Deze voorbeeldregel beoogt het plaatsen van airconditioningsystemen te ontmoedigen. Deze regel sluit aan op het convenant Klimaatadaptief bouwen.
Gesloten bodemenergiesystemen
Toelichting:
De provincie is het bevoegd gezag voor open bodemenergiesystemen. De gemeente is bevoegd gezag voor de beoordeling van gesloten bodemenergiesystemen. Met een bodemenergieplan kun je als gemeente regie voeren over de realisatie van bodemenergiesystemen in een gebied. Sta WKO's (Warmte Koude Opslag) alleen toe als ze voldoen aan het bodemenergieplan en aangesloten worden op de collectieve ring. Gemeenten moeten zelf aan de slag met een bodemenergieplan.
Duurzame energie
Toelichting:
Het is belangrijk dat bij deze regel een definitie van 'hernieuwbare energie' in het omgevingsplan is opgenomen, die aansluit bij wat op dat moment haalbaar en realiseerbaar is.
Natuurinclusief bouwen met puntensysteem
Toelichting:
In het Bbl worden vanaf 2025 regels opgenomen over natuurinclusief bouwen, te weten regels over verblijfplaatsen voor beschermde vogels en vleermuizen in het gebouw. Aangezien het Bbl een uitputtend karakter heeft, zijn regels hierover in het omgevingsplan dan niet meer toegestaan.
Biodiversiteit bedrijventerreinen
Toelichting:
koppelkans gezonde leefomgeving en klimaatdapatatie. Mensen voelen zich fijner, werken productiever en ervaren minder stress in een groenere omgeving. Meer natuur zorgt voor meer biodiversiteit. Groene bedrijventerreinen vormen een belangrijke schakel tussen stad en land.
Biodiversiteit versterken
Toelichting:
Het is mogelijk om begroeiing op gevels te verplichten, zolang hiervoor geen constructieve aanpassingen voor nodig zijn. Dan zou namelijk sprake zijn van een (indirecte) bouwtechnische eis en dat is in strijd met het Bbl.
Biodiversiteit versterken tuin
Toelichting:
Behalve in de openbare ruimte kan biodiversiteit ook op particulier terrein versterkt worden. Kanttekening hierbij is wel dat dit lastig handhaafbaar is en proportioneel moet zijn. 80% ecologische passende beplanting is haalbaar.
Rekening houden met biodiversiteit
Toelichting:
Besluit kwaliteit leefomgeving: Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is.
Groennorm
Toelichting:
Een omgevingswaarde kan zowel een inspanningsverplichting als een resultaatsverplichting inhouden. De regel is alleen bindend voor het college. Indien de doelstelling niet wordt behaald, dientmoet een omgevingsprogramma te worden opgesteld.
Groenblauwe inrichting plangebied
Toelichting:
1 jan 2025 wijziging Bbl: eisen voor verblijfsvoorzieningen voor beschermde vogels en vleermuizen. Houd ook rekening met instructieregels in de provinciale omgevingsverordening. Zie bijvoorbeeld Omgevingsverordening Zuid-Holland
Maximale parkeernorm
Toelichting:
In de Parkeernormennota kan bijvoorbeeld staan: een parkeernorm van maximaal 1,0 autoparkeerplaats (of indien gewenst zelfs 0,3 per gebied) per woning en een lagere parkeernorm van 0,7 voor een sociale huurnorm. Deze normen werken dus altijd direct door naar het omgevingsplan. Pas je de normen naar beneden aan, dan heeft dat direct effect op de openbare ruimte en duurzame mobiliteit, omdat meer gebruik wordt gemaakt van andere vervoersmiddelen. Op projectniveau kan er ook voor gekozen worden om een maximale parkeernorm in het omgevingsplan op te nemen, mits goed onderbouwd door berekening van de parkeerbehoefte en effectiviteit van toegepaste mobiliteitsoplossingen (ECLI:NL:RVS:2022:3312). Het is ook mogelijk om te sturen op duurzame mobiliteit door de combinatie van een planregel, een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid en een mobiliteitsplan (zie bijvoorbeeld artikel 6.3.2 en 6.4.1 van het bestemmingsplan Ridder van Catsweg 683, Gouda en ECLI:NL:RVS:2022:1504).
Groennorm
Toelichting:
Om deze omgevingswaarde te behalen, zal de openbare ruimte anders ingericht moeten worden. En zullen er minder verharde parkeerplaatsen zijn.
Autoluw gebied
Toelichting:
Een open norm moet voldoende concreet en objectief begrensd zijn. De open norm moet ingekaderd zijn in beleidsregels. Het STOMP-principe kan als leidraad dienen in het beleid. Bij gebiedsontwikkeling volgens het STOMP-principe wordt eerst gekeken naar de ruimte voor Stappers (voetgangers), vervolgens voor Trappers (fietsers), Openbaar vervoer, ruimte voor Mobilitiet as a Service (MaaS) en ten slotte voor Privéauto's. Door deze prioritering te hanteren, kan er een duurzame mobiliteit worden bevorderd.
Mobiliteitshub
Toelichting:
Met deze planregel stimuleer je duurzame mobiliteit door mobiliteitshubs expliciet toe te staan.
Langzaamaan-route
Toelichting:
Met deze planregel is zeker gesteld dat alleen langzaam verkeer zoals fietsers en voetgangers zijn toegestaan. Deze regel is vastgesteld door de Raad van State in de uitspraak ECLI:NL:RVS:2024:1394.
Deelmobiliteit
Toelichting:
Kan opgenomen worden, mits ook opgenomen in parkeerbeleid en beleidsregels.
Gezonde (beweegvriendelijke) leefomgeving
Toelichting:
Een open norm in het omgevingsplan moet voldoende concreet en objectief begrensd zijn. De open norm moet ingekaderd zijn in beleidsregels. In beleidsregels staat welke inrichtingsprincipes voor duurzaam en gezond in acht moeten worden genomen.
Norm luchtkwaliteit binnen woningen
Toelichting:
Het is mogelijk om in het omgevingsplan waarden op te nemen voor luchtkwaliteit. Daarbij kan aangesloten worden bij de WHO-advieswaarden.
Rekening houden met gezonde leefomgeving
Toelichting:
Deze regel is ontleend aan de provinciale omgevingsverordening van provincie Zuid-Holland.
Buitenspeel- en verblijfsruimte
Toelichting:
Jantje Beton norm. Te betrekken per wijk of buurt om te voorkomen dat gemiddeld de gemeente voldoet maar er desondanks wijken zijn waar dit niet wordt gehaald. Een omgevingswaarde kan zowel een inspanningsverplichting als een resultaatsverplichting inhouden. De regel is alleen bindend voor het college. Indien de doelstelling niet wordt behaald, moet een omgevingsprogramma worden opgesteld.
Gezonde voedselomgeving
Toelichting:
Voor het bepalen van de voedselomgevingsscore, zie het rapport 'Tussen mens en ruimte. De (on)gezonde voedselomgeving als omgevingswaarde.' Een omgevingswaarde kan zowel een inspanningsverplichting als een resultaatsverplichting inhouden. De regel is alleen bindend voor het college. Indien de doelstelling niet wordt behaald, moet een omgevingsprogramma worden opgesteld.
Verbod gemotoriseerd verkeer
Toelichting:
Dit is een verbodsbepaling. Iedereen moet zich hier dus direct aan houden. Om ervoor te zorgen dat de regel werkt, is het belangrijk dat je handhaving goed organiseert.
Verbod op houtstook
Toelichting:
Gemeenten kunnen de aanwezigheid van houtkachels niet verbieden. Wél kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels opnemen over het gebruik van houtkachels, zodat er minder schadelijke rook in de omgeving terechtkomt. Het doel is dan het beschermen van de gezondheid van omwonenden en van het milieu.
Aantrekkelijke plekken
Toelichting:
Een open norm moet voldoende concreet en objectief begrensd moet zijn. De open norm moet ingekaderd zijn in beleidsregels.