
Zet baatbelasting in voor het bekostigen van duurzame gebiedsvoorzieningen
De gemeente kan baatbelasting inzetten om de kosten van voorzieningen in een bepaald gebied geheel of gedeeltelijk te verhalen op eigenaren van onroerende zaken die door deze voorzieningen zijn gebaat. Voor bedrijventerreinen kan dit interessant zijn bij duurzame voorzieningen.
Hoe pas je dit instrument toe?
Baatbelasting kan worden ingezet als de gemeente een duidelijke, afgebakende voorziening realiseert waarvan een specifieke groep onroerende zaken voordeel heeft.
Bij duurzaamheid is vooral van belang dat de voorziening niet te algemeen wordt omschreven. De gemeente moet goed kunnen uitleggen welke onroerende zaken voordeel hebben, waarom zij voordeel hebben en in welke mate. Dat vraagt vooraf om een duidelijke objectafbakening en een goede onderbouwing van de mate van gebaatheid.
Bij een gemeenschappelijke grondstoffenhub kan baatbelasting bijvoorbeeld denkbaar zijn als de gemeente op gemeentelijke grond een voorziening realiseert of mede mogelijk maakt waar bedrijven op het bedrijventerrein aantoonbaar voordeel van hebben. Denk aan een hub waar bedrijven secundaire materialen tijdelijk kunnen opslaan, stallen of uitwisselen. De gebaatheid kan dan bijvoorbeeld zitten in lagere logistieke kosten, minder ruimtebeslag op eigen kavels, betere toegang tot herbruikbare materialen of een betere circulaire infrastructuur op het terrein.
Wel moet de gemeente vooraf scherp afbakenen welke onroerende zaken daadwerkelijk gebaat zijn. Niet elk bedrijf op het bedrijventerrein zal automatisch voordeel hebben van een grondstoffenhub. De gemeente moet daarom onderbouwen welke bedrijven of percelen toegang hebben tot de voorziening, waarom die toegang leidt tot voordeel en waarom het redelijk is dat juist deze onroerende zaken meebetalen.
Ook bij vergroening kan baatbelasting mogelijk zijn, maar dit vraagt een stevige onderbouwing. Als de gemeente bijvoorbeeld bomen, groenstroken of klimaatadaptieve maatregelen aanlegt waardoor hittestress op een bedrijventerrein aantoonbaar vermindert, kan dit voordeel opleveren voor omliggende onroerende zaken. De gemeente zal dan wel moeten aantonen dat sprake is van een concrete baat. Metingen of onderzoeken naar temperatuurdaling, waterberging, gebruikskwaliteit of waardevermeerdering kunnen daarbij helpen.
De procedure rond baatbelasting is belangrijk. Voordat de gemeente begint met het treffen van de voorzieningen, moet de gemeenteraad een bekostigingsbesluit nemen. Daarin staat in welke mate de lasten via baatbelasting worden verhaald en welk gebied als gebaat gebied wordt aangemerkt. De gemeente kan dus niet achteraf, nadat de werkzaamheden al zijn gestart, alsnog besluiten om baatbelasting te heffen.
In de praktijk
Gemeentebelastingen Drechtsteden – Fiscale bekostiging warmtenet Drechtsteden In opdracht van Gemeentebelastingen Drechtsteden is onderzocht of de kosten van de aanleg van een warmtenet via baatbelasting kunnen worden verhaald op de aan te sluiten onroerende zaken. De essentie van dit onderzoek is dat baatbelasting als bekostigingsinstrument voor een warmtenet juridisch mogelijk kan zijn, maar dat de voorwaarden rond gebaatheid, gebiedsafbakening en kostenverhaal nauwkeurig moeten worden uitgewerkt.
Gemeente Rijnwoude – Verordening Baatbelasting Gasaansluiting Burgemeester Smitweg De voormalige gemeente Rijnwoude heeft baatbelasting gebruikt voor voorzieningen ten behoeve van gaslevering langs de Burgemeester Smitweg in Hazerswoude-Dorp. De verordening omschrijft dat de belasting wordt geheven van gebouwde eigendommen die zijn gebaat door het van gemeentewege tot stand brengen van voorzieningen voor gaslevering. Dit voorbeeld laat zien dat baatbelasting in de praktijk is gebruikt voor gebiedsgerichte energie-infrastructuur.
Gemeente Texel – Verordening baatbelasting rioleringsaanleg buitengebied De gemeente Texel heeft baatbelasting ingezet voor het verhalen van een deel van de kosten van de aanleg van riolering in het buitengebied. In de verordening wordt verwezen naar het bekostigingsbesluit riolering buitengebied en wordt overwogen de kosten te verhalen op percelen die door de aanleg van riolering zijn gebaat. Dit voorbeeld laat goed zien dat een voorafgaand bekostigingsbesluit en een duidelijke afbakening van gebate percelen essentieel zijn.
Gemeente Hunsel – Baatbelasting riolering buitengebied fase 2 De gemeente Hunsel heeft een baatbelastingverordening vastgesteld voor riolering in het buitengebied. In de verordening wordt de belasting geheven ter zake van onroerende zaken binnen een op kaart aangegeven gebied die op een bepaalde peildatum zijn gebaat door de voorzieningen. Dit voorbeeld laat zien hoe belangrijk kaarten, peildatum en gebiedsafbakening zijn bij het juridisch juist toepassen van baatbelasting.
Voorwaarden
Voordat de gemeente baatbelasting kan heffen, moet de gemeenteraad vóór aanvang van de werkzaamheden een bekostigingsbesluit nemen. In dit besluit staat in welke mate de lasten van de voorzieningen via baatbelasting worden verhaald. Ook moet het besluit een aanduiding bevatten van het gebied waarbinnen de gebate onroerende zaken zijn gelegen.
De gemeente moet goed onderbouwen welke onroerende zaken zijn gebaat. Dit vraagt om een zorgvuldige objectafbakening. De gemeente moet dus duidelijk maken welke percelen of gebouwen in het gebate gebied liggen en waarom juist die onroerende zaken voordeel hebben van de voorziening.
Ook moet de gemeente de mate van gebaatheid vooraf kunnen motiveren. Dit is belangrijk omdat de belasting alleen kan worden geheven van onroerende zaken die daadwerkelijk zijn gebaat. Bij duurzame voorzieningen, zoals vergroening of een grondstoffenhub, vraagt dit extra aandacht. De baat moet concreet zijn en mag niet alleen bestaan uit een algemeen maatschappelijk voordeel.
De peildatum waarop wordt beoordeeld of een onroerende zaak is gebaat, moet in de belastingverordening worden bepaald. Deze peildatum moet uiterlijk één jaar na voltooiing van de voorzieningen liggen.
De belasting moet uiterlijk twee jaren nadat de voorzieningen geheel zijn voltooid worden ingevoerd. Dit betekent dat de gemeente de procedure goed moet plannen. Tussen bekostigingsbesluit, uitvoering, voltooiing en vaststelling van de belastingverordening mag geen vormfout ontstaan.
De gemeente mag niet meer dan 100% van de kosten verhalen. Als de lasten voor een onroerende zaak al via een overeenkomst worden voldaan, of via kostenverhaal op grond van artikel 13.18 Omgevingswet zijn of behoren te worden voldaan, wordt voor die onroerende zaak geen baatbelasting geheven.
Baatbelasting is niet geschikt voor reguliere onderhoudskosten. Het moet gaan om voorzieningen of kwaliteitsverbeteringen waardoor onroerende zaken worden gebaat. Bij verbetering van bestaande voorzieningen moet de gemeente dus goed onderscheid maken tussen onderhoud en daadwerkelijke verbetering.
Voor voorzieningen op particulier eigendom, zoals verduurzaming van individuele woningen, is baatbelasting niet goed geschikt als eenzijdig gemeentelijk instrument. Het ESBL beschrijft dat bij woningverduurzaming instemming van de woningeigenaar nodig is, omdat de maatregelen in of aan particuliere woningen plaatsvinden en niet in de openbare ruimte.
Juridische toelichting
Baatbelasting is geregeld in artikel 222 van de Gemeentewet. Dit artikel geeft de gemeenteraad de bevoegdheid om baatbelasting te heffen ter zake van onroerende zaken die in een bepaald gedeelte van de gemeente zijn gelegen en gebaat zijn door voorzieningen die door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand worden of zijn gebracht.
Lid 1 bepaalt het belastbare feit. De gemeente kan baatbelasting heffen van degene die het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak die gebaat is door voorzieningen die door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand worden of zijn gebracht. Ook bepaalt dit lid dat de lasten geheel of gedeeltelijk kunnen worden omgeslagen. Als de kosten voor een onroerende zaak al via een overeenkomst of via kostenverhaal op grond van de Omgevingswet worden voldaan, wordt voor die onroerende zaak geen baatbelasting geheven.
Lid 2 regelt het bekostigingsbesluit. Voordat met het treffen van de voorzieningen wordt begonnen, moet de raad besluiten in welke mate de lasten via baatbelasting worden verhaald. Dit besluit moet ook aangeven binnen welk gebied de gebate onroerende zaken liggen.
Lid 3 regelt de peildatum. Of een onroerende zaak is gebaat, wordt beoordeeld naar de toestand op een in de belastingverordening bepaald tijdstip. Dit tijdstip moet uiterlijk één jaar na voltooiing van de voorzieningen liggen.
Lid 4 bepaalt dat de belasting uiterlijk twee jaren nadat de voorzieningen geheel zijn voltooid moet worden ingevoerd.
Lid 5 bepaalt hoe de belasting wordt geheven. De belasting wordt ineens geheven, maar op verzoek van de belastingplichtige kan de belasting worden omgezet in een jaarlijkse belasting gedurende ten hoogste dertig jaar. Dit maakt baatbelasting bruikbaar voor grotere investeringen, omdat de lasten over een langere periode kunnen worden verdeeld.
| Rechtsgebied | Fiscaal recht > |
| Citeertitel | Gemeentewet |
| Artikel | art.222 |
| Geldig vanaf | Invalid Date |