
Overheden kunnen carbon credits aankopen om in financiële zin bij te dragen aan het verbeteren van de businesscase van biobased producten en aan de realisatie van biobased gebouwen. Gemeenten en provincies hebben daarbij een sterke voorkeur voor carbon credits uit de eigen regio. Op die manier dragen zij bij aan het lokale karakter van projecten en leveren zij een directe bijdrage aan regionale klimaatdoelen.
Het is waardevol wanneer materialen en producten een lokaal karakter hebben, maar de meerwaarde wordt nog groter wanneer deze materialen ook daadwerkelijk worden toegepast in gebouwen in de directe omgeving.
Bij de inzet van carbon credits ligt de nadruk op het laten landen van de transactiewaarde bij de boer die de vezelgewassen produceert.
CO₂‑vastlegging via vezelteelt, en de verwaarding daarvan door middel van carbon credits, heeft duidelijke potentie. Op termijn kunnen carbon credits worden ingezet om de CO₂‑impact van de eigen organisatie te beperken. Daarmee vormen carbon credits een instrument om het interne klimaatbeleid van overheden te ondersteunen en te versterken.
Dit argument wordt op dit moment nog beperkt meegenomen in beleidsmatige afwegingen. Het blijkt dat de focus nu vooral ligt op sectorontwikkeling en stimulering , en minder op het inzetten van carbon credits als onderdeel van het eigen CO₂‑budget.
De markt voor carbon credits is op dit moment nog niet volwassen. De vraag naar Nederlandse carbon credits is beperkt en de handel vindt plaats op de vrijwillige koolstofmarkt. Vanwege het vrijwillige karakter houdt de Autoriteit Financiële Markten (AFM) slechts beperkt toezicht op deze markt.
Juist daarom is het van essentieel belang dat carbon credits worden gecertificeerd volgens betrouwbare standaarden en dat er robuuste verificatiesystemen bestaan. Deze systemen zijn nodig om de integriteit van de credits te waarborgen en om greenwashing te voorkomen.
De Europese Unie heeft het certificeren en verhandelen van carbon credits verder gereguleerd door het opzetten van een vrijwillig kader: de Carbon Removals and Carbon Farming Regulation (CRCF) . Dit kader bevat onder andere criteria voor certificering en regels voor het certificeringsproces.
De komende periode wordt dit kader verder uitgewerkt via gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie. Daarmee ontstaat geleidelijk meer duidelijkheid over de kwaliteitseisen en de juridische borging van carbon credits binnen de EU.
Bij de aankoop van carbon credits spelen verschillende juridische regels een rol. Wanneer overheden carbon credits inzetten om de sector te stimuleren met financiële middelen, krijgt de aankoop al snel het karakter van een subsidieregeling.
Wanneer overheden zich echter meer richten op het CO₂‑budget van de eigen organisatie en carbon credits inkopen om dit budget te verlagen, past de juridische grondslag van subsidie minder goed. In dat geval is sprake van een concrete tegenprestatie. De aankoop van carbon credits valt dan onder het bereik van het aanbestedingsrecht.
Het is belangrijk om te onderkennen dat de aankoop van carbon credits juridisch wordt gezien als de aankoop van een financieel instrument. Het advies is daarom om tijdig, voorafgaand aan de aankoop, afstemming te zoeken met de financiële afdeling van de gemeente of provincie.
Daarnaast valt de aankoop van carbon credits doorgaans buiten reguliere mandaat‑ en procuratieregelingen binnen overheidsorganisaties. Dit betekent dat extra afstemming nodig is over bevoegdheden en besluitvorming voordat tot aankoop kan worden overgegaan.
Exacte praktijkvoorbeelden zijn bij CircuLaw niet bekend. Wel zijn er praktijkvoorbeelden van carbon credits opgenomen in de whitepaper van Copper8: https://www.copper8.com/wp-content/uploads/2025/12/Whitepaper-CO2-opslag-biobased-bouwmaterialen1.pdf.
Voorwaarden
In artikel 4.21 e.v. in het Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de wettelijke regeling voor subsidies opgenomen. Uit artikel 4:23 lid 3 Awb blijkt in welke gevallen de overheid een subsidie kan verlenen zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag of subsidieregeling vereist is, zoals bij een incidentele subsidie. De grondslag voor het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst is te vinden in artikel 4.36 Awb.
| Rechtsgebied | Publiekrecht > Staats-en bestuursrecht |
| Citeertitel | Algemene wet bestuursrecht |
| Artikel | nvt |
| Geldig vanaf | TBD |